Zoals meer ontwikkelde lezertjes zullen weten,
is de zee een uitgezochte stortplaats voor olie en andere vloeibare resten.
(Bewogen aanhalingen, een onthullende lijst citaten uit de verhalen van Marten Toonder, blz. 47)

Seamulatie
Ze zijn nu zó ver in het nabootsen van Zwemmen in Zee,
dat er morgen in Zandvoort een Golfslagzoutwaterbad met Kwallen wordt geopend.
(Koot & Bie, Het groot bescheurboek, blz. 111, 1979)
Hij loog niet, hij liegt trouwens nooit,
hij gaat altijd recht door zee
(maar hij verandert wel eens van zee).
(Dr. Marc Galle, Voor wie haar soms geweld aandoet, deel 2, blz. 27)

Nu ik het toch over de zee heb,
kan ik meteen wel zeggen, dat die ons volkskarakter bepaald heeft.
Men kan hieruit vermoeden, dat wij mensen zijn met verre blik, ruime losse zeden en brede opvattingen.
Dit is echter niet het geval.
De zee heeft ons wel gevormd, maar op een gehee1 andere manier dan men verwachten zou.
Hij is namelijk niet onze vriend, Hij is onze doodsvijand.
En zo zijn wij zijn tegendeel geworden, zijn antipode en zijn negatieve afdruk.
Als je alles bij elkaar op zou tellen wat de zee niet is,
dan zou je een Nederlander krijgen.
(Godfried Bomans, Van de hak op de tak, blz. 28,
Wat is een Nederlander, Causerie, gehouden voor Duitse studenten in München)

Ik behoor zelf tot die eeuwige ontevredenen,
waarvan de aarde er altijd eenigen op de honderd baren zal.
En ik heb mij dikwijls afgevraagd:
waarom is de zee het eigenlijke tehuis voor die ongelukkigen?
is het omdat de zee geen grenzen, geen vorm,
en geen omvang heeft,
maar enkel een wijde belofte is, open naar alle windstreken?
(Godfried Bomans, Werken I, blz. 419, Slavenroman)

De zee kun je horen
met je handen voor je oren,
in een kokkel,
in een mosterdpotje,
of aan zee.
(Judith Herzberg, De zee, Doen en laten, blz. 65)

De zee. Als ze niet saai is, is ze luidruchtig.
In beide gevallen is ze gevaarlijk.
Het enige goede aan de zee is dat ze geen grote bevolkingsaantallen kan dragen.
(Ethel Portnoy, Gemengde gevoelens, blz. 12)

Ik ben als de zee: in mij kan het koken
En zieden en schuimen van razernij.
Als de golven botsen op harde knoken,
Op riffen van onrecht, verhef ik mij.
(Margot Vos, Gemeenschap (fragm.), De windharp, blz. 43)

'De zee', zo sprak mijn sterk doorgroefde buurman
'De zee, dat is een machtig fenomeen.. .'
Ik zag hoe hij, verzonken in gedachten
Zijn pijp uitklopte op zijn houten been
(Drs. P, De zee (fragm.), O, reisgenoten op dit narrenschip, blz. 49)

De zee is in rust en de wind uit het zuien, bij 't dagen des zomerschen morgens verstild,
Is melodieus van het diepe gemurmel,
Dat haar evene reven
Doortrilt.
(Geerten Gossaert, Zwemmende (fragm.), Experimenten, blz. 7)

Bron: www.geocities.com
|
|
|